Copyright © 2007 Novell, Inc.
Het is toegestaan om dit document te kopiëren, verspreiden en/of te wijzigen onder de voorwaarden van de GNU Free Documentation License, versie 1.2 of latere versie, gepubliceerd door de Free Software Foundation, zonder invariante secties en zonder omslagteksten, zowel voor- als achterzijde. Een kopie van de licentie is bijgevoegd in het bestand fdl.txt.
De uitgavenotities zijn continu aan verandering onderhevig. Download de meest recente versie tijdens de internettest of ga naar http://www.suse.com/relnotes/i386/openSUSE/10.3/RELEASE-NOTES.en.html. De Engelstalige uitgavenotities worden onmiddellijk bijgewerkt zodra daar noodzaak voor is. Daardoor kunnen vertalingen tijdelijk incompleet kunnen zijn. De vertalingen volgen later.
Deze uitgavenotities beslaat de volgende gebieden:
Algemeen: informatie die iedereen zou moeten lezen.
Update: wijzigingen die nog niet zijn vermeld in de startersgids, hoofdstuk 5.
Technisch: deze sectie bevat een aantal technische wijzigingen en verbeteringen voor de ervaren gebruiker.
In de startersgids vindt u informatie over het installeren en de basisconfiguratie. In de referentiegids wordt de systeemconfiguratie in detail uitgelegd. Aanvullend worden de meestbelangrijke programma's beschreven in de gebruikersgidsen van KDE en GNOME. Gedetailleerde informatie over het gebruik van AppArmor vindt u in de AppArmor Administration Guide.
Het bereik van het tekstinstallatiepatroon is zeer beperkt. Het is niet aan te bevelen dit patroon te installeren zonder aanvullende software toe te voegen. Voeg pakketten toe vanuit andere patronen. Het doel van dit patroon is om een minimaal opstartbaar systeem te hebben dat op echte hardware draait. Het levert een multigebruikersysteem met een lokale aanmeldmogelijkheid, netwerkinstelling en de standaardbestandssystemen. Standaard is geen enkele service geactiveerd en alleen de YaST-modules die nodig zijn gedurende de de installatie worden geïnstalleerd.
Nadat aan het einde van de installatie de opwaardeerconfiguratie is ingesteld biedt YaST de mogelijkheid om de volgende drie installatiebronnen toe te voegen:
De bron "oss" bevat de complete FTP-distributie. Deze bevat meer pakketten dan de CD's.
De bron "non-oss" bevat software die onder een propriëtaire of niet-opensource-licentie is uitgegeven.
De bron "debug" bevat debuginfo-pakketten die gebruikt kunnen worden voor het debuggen (= foutopsporing) van programma's en bibliotheken en voor het verkrijgen van backtraces. Als een fout zich voordoet, dan is deze aanvullende informatie handig voor het schrijven van goede bugrapporten.
De bron-RPM-pakketten voor "oss" zijn beschikbaar op http://download.opensuse.org/distribution/10.3/src-oss, de bron-RPM-pakketten voor "non-oss" zijn beschikbaar op http://download.opensuse.org/distribution/10.3/src-non-oss.
De 1-CD-installatie (GNOME of KDE) bevat alleen de Amerikaans-Engelse taalondersteuning.
De ondersteuning voor alle andere talen is apart beschikbaar. Als u geïnteresseerd bent in aanvullende talen, voeg dan tijdens de installatie een online bron toe die de vertalingen aanbiedt. De bron "oss" , zoals vermeld in de sectie "Extra software toevoegen tijdens de installatie" is zo'n online bron.
Standaard wordt de nieuwe GTK-versie van YaST gebruikt voor de GNOME-werkomgeving en de Qt-versie van YaST voor alle andere desktops. Qua werking is de GTK-versie hetzelfde als de Qt-versie die in de handleidingen wordt beschreven.
Een uitzondering hierop is de softwarebeheermodule (zie hoofdstuk 3 van de startersgids). De GTK-versie verschilt significant met de Qt-versie. Om de Qt-versie in de GNOME-werkomgeving te gebruiken, doe het volgende:
Open het bestand /etc/sysconfig/yast2 als root.
Wijzig de tekst WANTED_GUI="auto" in WANTED_GUI="qt" en sla de wijziging op.
Om de GTK-versie van YaSt te starten, ongeacht de desktop, wijzig zoals hierboven de tekst WANTED_GUI="auto" in WANTED_GUI="gtk".
Meer gedetailleerde informatie over de nieuwste functionaliteit vindt u op http://nl.opensuse.org/AppArmor/Changes_AppArmor_2_1
De syntaxis maakt nu onderscheid tussen directories en bestanden. Aanvullend zijn er kleine fouten in de syntaxis opgelost.
Het melden van change_hat-gerelateerde gebeurtenissen en informatie is gewijzigd. De logberichten en profielstatus (beschikbaar via /proc/<pid>/attr/current) worden gemeld als /profile//hat.
Er is een nieuwe beleidsspecificatie genaamd change_profile toegevoegd. Change_profile is vergelijkbaar met change_hat maar maakt het mogelijk om elk profiel (inclusief hats) te wijzigen, niet alleen hats. De beperking is dat profielen die gewijzigd kunnen worden moeten worden gespecificeerd. Om een hat via change_profile in plaats van via change_hat te wijzigen wordt de naam van de hat gespecificeerd door het profiel en hat_name van elkaar te scheiden door // .
Het instant-messenger-programma GAIM heet voortaan Pidgin.
Sinds openSUSE 10.3 zijn GNOME 2 en KDE 4 geïnstalleerd onder de directory /usr. KDE 3 zal onder /opt blijven ivm compatibilteit.
Voordat u de opwaardering start, zorg er voor dat er voldoende schijfruimte beschikbaar is onder de map /usr/ (ongeveer 2,5 GB is nodig voor beide desktops). Als u onvoldoende ruimte onder /usr hebt, dan dient u uw partities opnieuw in te richten.
There is a format change in Berkeley DB's on-disk log files between Berkely DB 4.3 and 4.4. This change prevents an installed OpenLDAP server from starting start after the system update.
To avoid this issue, export existing LDAP Databases using the slapcat utility before starting the system update and re-import the data using slapadd after the update. On an already updated machine get the LDAP Server running as follows:
Stop the LDAP Server.
Remove all files starting with _db. from the database directory.
Start the LDAP server again.
libata gebruikt /dev/sda voor de eerste harde schijf in plaats van /dev/hda. Schijven met meer dan 15 partities kunnen op dit moment niet automatisch worden afgehandeld. .U kunt libata uitschakelen door op te starten met de volgende kernelparameter:
hwprobe=-modules.pata
U ziet dan alle partities boven de 15 weer en kunt ze voor de installatie gebruiken.
De backend-technologie van boot.crypto is gewijzigd van cryptoloop naar dm-crypt.
Elke oude /etc/cryptotab zal ongewijzigd werken op openSUSE 10.3 (problemen met module hdX->sdX vanwege libata-wijzigingen, zie hierboven). Aanvullend wordt /etc/crypttab (merk de ontbrekende 'o' op) ook ondersteund. Die bevat ondersteuning voor LUKS-volumes. In tegenstelling tot voorgaande uitgaven is boot.crypto niet langer standaard geactiveerd. YaST activeert het als u een versleutelde volume met YaST aanmaakt. U kunt het ook handmatig activeren met het volgende commando:
chkconfig boot.crypto on
Het is nog steeds mogelijk om cryptoloop te gebruiken via losetup en mount. Omdat we de crude loop-AES patch uit het pakket util-linux hebben laten vallen bestaan sommige commando's voor losetup (zoals itercountk en pseed) niet langer. Als enkele van deze instellingen zijn gebruikt in /etc/fstab zal de schijf niet meer direct kunnen worden aangekoppeld. Migreer deze instellingen naar /etc/crypttab waar boot.crypto de benodigde compatibiliteitscode bevat.
U kunt nu vanuit YaST quota voor gebruikersaccounts instellen. Om quota-ondersteuning in te schakelen, selecteer de optie "Ondersteuning voor quota activeren" tijdens het partitioneren bij het eerste deel van de installatie. Zo zorgt u er voor dat het script /etc/init.d/boot.quota wordt uitgevoerd tijdens het opstarten. Daarna kunt u in het tweede deel van de installatie bij de geavanceerde opties voor gebruikersaccounts de quotaregels instellen.
Als u quota-ondersteuning in de partitioneermodule activeert bij een draaiend systeem na de installatie ervan, herstart dan de computer of koppel de gekozen partities handmatig opnieuw aan en voer als root het volgende commando uit:
/etc/init.d/boot.quota restart
De Zeroconf-service—ook bekend als Bonjour, Multicast DNS, mDNS, of DNS-SD—wordt nu geleverd door de Avahi-stack in plaats van mDNSResponder. Echter compatibiliteitsbibliotheken voor mDNSResponder en howl zijn nog steeds beschikbaar.
Om mDNS voor alle netwerkinterfaces te activeren, gebruik de SuSEfirewall-regel "Zeroconf/Bonjour Multicast DNS"
Oudere grafische chips van Intel worden ondersteund door twee stuurprogramma's ( "i810" en "intel" ). Het intel-stuurprogramma wordt standaard gebruikt door openSUSE 10.3 vanwege de vraag naar functies zoals 'native mode setting' (niet langer VESA-BIOS-gebaseerd) en ondersteuning voor RANDR 1.2.
Als u uw systeem opwaardeert naar openSUSE 10.3, dan wordt het i1810-stuurprogramma niet vervangen door het intel-stuurprogramma. Gebruik het commando "sax2 -r" om het intel-stuurprogramma te activeren.
Het intel-stuurprogramma is nog niet zo stabiel als i1810. Gebruik "sax2 -r -m 0=i810" om terug te gaan naar i1810 als u problemen tegenkomt die u niet had met het i1810-stuurprogramma. In zo'n geval, overweeg om een bugrapport over het intel-stuurprogramma in te dienen.
Er zijn nu twee stuurprogramma's beschikbaar: het traditionele stuurprogramma ipw3945 wordt standaard geïnstalleerd en het nieuwe stuurprogramma iwlwifi wordt als alternatief aangeboden. Onthoud de volgende valkuilen:
ipw3945 werkt bij verborgen netwerken. Het stuurprogramma wordt echter niet goed geactiveerd na het hervatten van het systeem vanuit de slaapstand.
iwlwifi werkt niet bij verborgen netwerken. Het stuurprogramma wordt wel goed geactiveerd na het hervatten van het systeem vanuit de slaapstand.
You can change the default using YaST. Click "Software" -> "Software Management" and remove the ipw3945d package. Then the alternative iwlwifi driver gets automatically selected for installation.
Het pakket "cdrecord" is uit de distributie verwijderd. Het nieuwe pakket "wodim" , "genisoimage" en "icedax" van het project "cdrkit" kunnen worden gebruikt om gegevens- of audio-cd's op een cd-recorder op te nemen die de Orange Book-standaard ondersteunt. De programma's zijn als volgt hernoemd:
cdrecord -> wodim readcd -> readom mkisofs -> genisoimage cdda2wav -> icedax
Als uw programma afhankelijk is van de oude namen, installeer het pakket cdrkit-cdrtools-compat. Op langer termijn is het verstandig dat alle programma's wodim zelf ondersteunen, aangezien het enkele verbeteringen biedt:
de aanbevolen manier om een apparaat te specificeren is dev=/dev/cdrecorder, dev=/dev/hdc, dev=/dev/sr0, etc.
beschikbare apparaten kunnen worden opgevraagd met wodim -devices
suid root is niet nodig
als u een programma of script onderhoudt dat gebruik wordt voor het branden van media, overweeg dan om wodim-ondersteuning toe te voegen.
Gebruik growisofs voor het schrijven van DVD's. Grafische programma's die DVD's kunnen branden handelen dit transparant voor u af.
Als u de KDE-desktop niet tijdens de installatie van openSUSE zelf hebt geïnstalleerd en later de patronen KDE-basissysteem en KDE4-basissysteem installeert, dan zal het pad voor KDE4-programma's vóór het pad voor KDE3-programma's worden gezet. Dit betekent dat als u een KDE-programma zoals Konqueror start, de KDE4-versie zal worden gestart in plaats van de KDE3-versie.
Als u een MP3-bestand opent met Kaffeine, dan zult u een foutmelding zien die u vertelt dat de benodigde software voor het afspelen niet is geïnstalleerd. openSUSE biedt vervolgens aan om een geschikte codec te zoeken die u met YaST kunt installeren. U kunt ook de engine die Kaffeine gebruikt omschakelen van Xine naar GStreamer via menuoptie "Instellingen" -> "Afspeler-engine". GStreamer wordt standaard met MP3-ondersteuning geleverd.